MILJARDEN FLARDEN 680
MILJARDEN FLARDEN 680
‘Voorwaar: de mens is een loteling. Van alle niet-geborenen is hij ooit de uitverkorene geweest om als loteling te leven. De borstentorser als niet-man; de teelballentorser als niet-vrouw; daartussenin de varianten. Hij (m/v/v) is de gelukzak bij uitstek. Zoals hij zijn er zoveel. Hij is ook een appartemens. Zijn geboorteschreeuw is er een van angst, verbazing en geluk. Zijn getalletje wordt getrokken en daar is reeds zijn eerste lotgevalletje. Zijn avonturen kunnen een aanvang nemen, in het gezelschap van zijn lotgenoten. De stomme gelukzak. Het onbenulletje. Als hij/zij/variant wat geluk heeft: het individuo.’ Excerpt van een essay, geschreven door de Schrijver van Miljarden Flarden, geheel de uwe.