MILJARDEN FLARDEN 729
MILJARDEN FLARDEN 729
Regen zeikte al dagenlang over alles en iedereen heen. De halve maand
juni was onherroepelijk verzopen. Het Belgisch nationaal elftal – zo van het
kapsalon naar het voetbalveld – had enkele dagen geleden zijn eerste wedstrijd
op het Europees Kampioenschap in Frankrijk verloren. De verwachtingen waren te
hoog geweest, na een periode waar een en ander begeleid door de nodige
grootspraak meegevallen was. Op het thuisfront wemelde het van de tricolore
slogan ‘Proud to be Belgian’. Vlaams volstond niet; Engels moest het zijn. De
hemelsblauwe Italianen hadden de schaamrode Duivels echter koud gepakt. Tot
tweemaal toe. Het duurde bijna een week vooraleer de tweede wedstrijd eraan
kwam. Tijd voor ongeduld en bezinning. De Ieren maakten hun opwachting om de
dappere Belgen een volgende bolwassing te geven. De Vlaams-Nationalisten, die
het de laatste jaren op politiek vlak in de druilerige driehoek Belgiƫ voor het
zeggen hadden, zwalpten met gemengde gevoelens op deze tricolore zee. Terwijl
iedereen met de voetbalspelen bezig was, kaapte de burgemeester van Antwerpen,
de hoofdman van de Vlaams-Nationalisten en de schaduwleider van het land, het
vertrekpunt van de volgende Ronde van Vlaanderen weg, ten nadele van Brugge en
zijn rode burgemeester. Koud gepakt alweer, terwijl iedereen een andere kant op
keek.
De langste dag van het jaar brak aan. Tijd voor de grote clash tussen
Guinness en Jupiler. De ochtend diende zich muisgrijs aan. Het motregende
onzichtbaar. Over Belgiƫ en zijn elftal werd die voormiddag in viswinkels en
bakkerijen vooral geginnegapt. Klokslag vijftien uur begon de bittere
realiteit: trap godverdomme die ronde bal in het gapende doel van de
tegenstander! Hoe simpel kan dat zijn? De aanhef van een alweer schitterende
roman door de Schrijver van Miljarden Flarden, geheel de uwe.