MILJARDEN FLARDEN 732

MILJARDEN FLARDEN 732 

De molens konden hun armen niet kruisen. Waarschuwend bleven ze wieken, de lucht verdelend in gelijke broodlengtes. Tussen de wemeling van wuivende rietsigaren merkte hij een heerschap met een molensteenkraag op. Hij peddelde zijn bootje dichterbij. ‘Bent u Mager Heineken?’ vroeg hij. Een grimlach droop over de tanden van de kerel. Een vlucht regenwulpen scheerde als een Luftwaffe over. Plets! Getroffen door een kakbom werd hij wakker. Tot zover het relaas van een zeventiende-eeuwse droom door de Schrijver van Miljarden Flarden, geheel de uwe.

Populaire posts van deze blog

MILJARDEN FLARDEN 535

MILJARDEN FLARDEN 533

MILJARDEN FLARDEN 597