MILJARDEN FLARDEN 760
MILJARDEN FLARDEN 760
Mager Heineken zwerft graag door het lage land van Maas en Waal. Eenmaal boven de Moerdijk blaast de wind soms zo hard dat zijn ziel er van opkrult. Daar houdt hij hartgrondig van. Dan ziet hij molentjes draaien. Meeuwen wieken krijsend omdat ze bang zijn om te vallen. Een vlucht regenwulpen, zo ontsnapt uit de Genesis van de Statenbijbel, duikt als een Luftwaffe op een rietkraag af. Maar hij is niet voor hen gekomen. Vele –Dammers, hetzij uit Rotjeknor, hetzij uit A’, ontmoeten nu of ooit Mager Heineken, na een leven al of niet met de weduwe Van Nelle. Hij blijft nooit lang een Hollands maatje van ze. En ontsnappen via Schipholland helpt niet. Met enkele welgemikte zeisspreuken veroorzaakt Mager Heineken alom lijkbreuken. Daarna lijkt hij weer in het niets te verdampen boven deze Waterstaat. Levende bewijzen laat hij helaas niet achter. Hij marchandeert in onwerkelijke werkwoordsvormen als ‘was’ en ‘geweest’. Daar moeten de nabestaanden het maar mee doen. Zo, dat was het. Getekend: een sterveling uit een aanpalend bierland, de Schrijver van Miljarden Flarden, geheel de uwe.