MILJARDEN FLARDEN 769

MILJARDEN FLARDEN 769 

Later die avond ontmoette ik nog Zwemt Met De Zalm, ook een oude indiaan. ‘Dag Gedroogd Vlees,’ groette hij. ‘Dag, maar eigenlijk valt de nacht al, Zwemt enzovoort,’ antwoordde ik. ‘Niettemin is mijn vreugde groot u hier aan te treffen.’ ‘Dat betreft dan een wederzijds gevoel, Gedroogd Vlees.’ ‘En hoe gaat het nog met In De Bergen Rollende Donder?’ ‘Die is van ons heengegaan. Was ik blank, dan zei ik: ‘helaas’ van ons heengegaan. Maar zoals u weet: zielen kennen pas rust ginds aan de overkant. Geen ‘helaas’ dus.’ ‘Nee,’ beaamde ik, ‘de doden hebben het wellicht goed.’ ‘En hoe gaat het heden in deze westelijke staat?’ informeerde Zwemt Met De Zalm. ‘Soms,’ zei ik peinzend, ‘soms is men in alle staten, soms is men in staat van ontbinding. Maar het moet gezegd: het is een goede plek om alsmaar ouder te worden. Zo hebben we waterlopen, een zee, wat heuvels en ook een zeer plat hinterland. Een lage streek, zeg maar. Vele vreemde stammen trekken des zomers westwaarts om dat te komen bekijken.’ ‘Dat is prima voor de economische ontwikkeling,’ knikte Zwemt Met De Zalm. ‘En wordt er ook nog de spot gedreven met de wildwestelijke voertaal?’ ‘Nee, men probeert die nu zelfs uitentreuren na te apen. Een modegril, Zwemt.’ ‘Nou, hou je taai, Gedroogd Vlees. Nog veel repen gewenst.’ ‘Het zijn flarden, Zwemt et cetera, geen repen,’ verbeterde ik, de vriendelijkheid zelve, zijnde de Schrijver van Miljarden Flarden, geheel de uwe.  

Populaire posts van deze blog

MILJARDEN FLARDEN 535

MILJARDEN FLARDEN 597

MILJARDEN FLARDEN 533